Leo de Kleijn

Recent

Laatste reacties

Categorieën

Archief

Links

Overig

Email

Zoeken

 
 

RSS

22 januari, Jerusalem

woensdag 23 januari 2008

Van de tweede dag een bericht van Loes.

“Via the alternative information center (AIC) welke we gisteren al hadden ontmoet, kwamen we vandaag rond een uur of 12 aan in Beit Sahour (een suburb van Betlehem). In Beit Sahour vinden we het palestijnse deel van het AIC. Want zo krom als het is, mogen Palestijnen niet naar Israel en Israeliers niet naar Palestina. Vandaar dat het AIC, een centrum dat georganiseerd wordt door zowel Palestijnen als Israeliers, genoodzaakt was zich op deze manier te organiseren.

Dus na flink belazerd te zijn door een taxichaufeur komen we aan op Suq Ashab in Beit Sahour. Hier haalt Ahmad Abu Haniya van het AIC ons op. En al na een kort praatje komen we erachter dat Ahmad, jeugdcoordinator van het AIC, twee jaar in een Israelische gevangenis heeft gezeten. Dit stom genoeg verbaasde me niks want als je hier en daar wat gesprekjes begint met Palestijnse mannen, kom je er al snel achter dat het eerder zeldzaam is een Palestijnse man te vinden die nog niet in de Israelische gevangenis heeft gezeten voor 1 of zelfs 20 jaar. Als je je afvraagd waarom deze mensen worden opgepakt, kan ik je slechts doorverwijzen naar de Israeli Defence Force (IDF). Want de meeste mensen krijgen een zogenaamd X-file, wat min of meer inhoud: we hebben nu nog geen reden gevonden om je op te pakken, en misschien vinden we die reden wel nooit, maar beter 100000…000000…… te veel dan 1 te weinig. Ik denk dat je wel kan stellen dat zeket 90 % van de Palestijnse gevangen onder het mom van de X-file hun jaren verslijt in een of andere gevangenis. Naast de trauma’s die dit opleverd voor deze meestal jongen jongens, zijn er ook vele andere consequenties zoals je vast wel kan bedenken. Zo betekent het vaak dat een gezin zijn bron van inkomsten voor enige jaren kwijt is, niet te spreken over het gemis van een zoon,broer of vader.

Als we Ahmad wat vragen over zijn ervaring in de gevangenis reageert hij echter enigzins lacherig. En zegt ik kan daar niks over vertellen. Ik schaam me namelijk een beete ten opzichte van mijn collega’s. De meeste van hen hebben meer dan 10 jaar gevangen gezeten zonder enige reden, “So I was lucky!”.

Na deze wat ongelukkige woorden, ratelt Ahmad door over het net nieuw gebouwde kantoor waar naast het AIC ook Jadal Center for Culture and Development en het Health and War Comittee (HWC) zijn gehuisvest. Hij vetrelt ons vol trots over de nieuwe ruimtes waar jongeren deel kunnen nemen aan muziek-, schilder- en drama-lessen. Door het hele gebouw hangen dan ook indrukwekkende schilderijen, meestal over de persoonlijke strugle van deze Palestijnse Jongeren en hun verlangen naar vrede.

Via via zijn we ondertussen in contact gekomen met Kristel een Nederlandse vrijwilliger van het AIC, maar na een kort gesprekje in het Nederlands worden we weer meegesleurd naar onze volgende ontmoeting. In een lekker warme kamer worden we namelijk ontvangen door Dr. Med Raouf Azar, uroloog en directeur van Beit Sahour Medical Center van het HWC. Naast zijn geweldige verhalen over zijn internationale ervaringen vertelt hij ons vooral vol trots over het medisch centrum, waar ze ruim 88.000 mensen per jaar verzorgen en dan met name ouderen en armeren. Als we echter een tour krijgen door het medisch centrum, krijg ik als bevoorrechte westerse medische studente een heel ander gevoel dan trots; alles is erg klein, veel apparatuur is verouderd, patienten hebben nauwelijks privacy en de omstandigheden zijn over het algemeen onhygienisch. Maar gezien de omstandigeheden en inkomsten van het medisch centrum ben ik zelfs verbaasd dat ze een dergelijk cetrum hebben kunnen opzetten. Ik heb dan ook niets anders dan grote bewondering voor de arsten en stafleden van het medisch centrum.

Vanuit het medisch centrum worden we per taxi naar de geboortekerk van Jezus in Betlehem gebracht. Hier is er ondertussen een demostartie gaande van zo’n 100 mensen (waaronder ook vee internationale vrijwilligers) om hun solidariteit te tonen voor de mensen in Gaza. Met deze demonstartie eindigden we onze tour met ahmad in en rondom Beit Sahour.

Omstreeks 8 uur ’s avonds komen we dan eindelijk aan in ons tweede hostel genaamd Faissel in Jerusalem. Hier kijk je je ogen uit. Als je binnen komt, lijkt het net klein Azie; overal zie je Japanners, Chinezen en Koreanen. In dit Hostel merk je dan ook pas hoeveel gezichten Jerusalem kent; van shalom to Salamaleikum, van fuyunghai tot falafel met humus.

Net op tijd voor het avondeten stuit ik op de manager Ali welke mij vertelt over zijn ideeen en frustraties als Arabische Israelier. Zijn frustraties gaan zelfs zover dat hij eergisteren zijn Israelische paspoort in tweeen heeft gescheurd. Hij zei: ” Ik kan niet leven in een land waar zoveel inhumane gebeurtenissen plaatsvinden!”. En al hoewel ik nog wel even door wilde praten moest hij plots weg, maar hij beloofde me binnekort weer te spreken zo wie weet…

Net na het gesprek met Ali stuit ik op een Nederlands meisje met naar mijn idee wat rare ideeen. Ze vertelde me namelijk dat ze net terug was uit een keboets en nu voor 3 weken in het Israelische leger wilde gaan om veel leuke ervarigen op te doen. Ik gaf haar maar snel Ahmad’s nummer in de hoop dat hij haar met dezelfde overtuiging als hij ons had rondgeleid, haar zou kunnen rond leiden door Betlehem. En haar op die manier, insh’ allah, ervan kan weerhouden om in het leger te stappen.”

Van alles en nog wat, Ver van het bed | Geen Reactie

Geen reacties mogelijk.