Leo de Kleijn

Recent

Laatste reacties

Categorieën

Archief

Links

Overig

Email

Zoeken

 
 

RSS

De PvdA en de ontheemde middenklasse

vrijdag 18 april 2008

“Het echte probleem voor de PvdA is de krimp van de middenklasse en de erosie van het idee van opwaartse mobiliteit”, vond Thijs Wöltgens afgelopen zaterdag in het NRC Handelsblad. In de Groene Amsterdammer van 13 maart kwam Koen Haegens al eerder tot dezelfde conclusie. “Het afnemende gewicht van de middenklasse betekent wél het dreigende faillissement van de huidige koers van de PvdA”. Zowel Haegens als Wöltgens wijzen daarbij op cijfers van het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung, waaruit blijkt dat de Duitse middenklasse de laatste jaren dramatisch aan het krimpen is. Beiden gaan er vanuit dat ook in Nederland als gevolg van de globalisering de inkomensverschillen groeien en de middenklasse afbrokkelt.

nieuweveren.JPG

Niet iedereen is het met dat laatste eens. Zo concludeert de business website Z24 uit CBS cijfers dat de Nederlandse middenklasse tussen 2000 en 2005 juist groeide van 7,9 miljoen mensen naar 8,1. Zelf denk ik dat er ook in Nederland wel degelijk sprake is van een afkalvende positie van de ‘middenklasse’. Maar die ontwikkeling is lange tijd gecamoufleerd doordat er per huishouden veel meer uren gewerkt wordt. De grote toename van het aantal tweeverdieners en de één persoonshuishoudens zorgde ervoor dat de koopkracht van huishoudens in de statistieken overeind bleef. Maar ondanks meer uren werken per huishouden is er al jarenlang sprake van een behoorlijke daling van de vrij te besteden koopkracht van veel mensen in de lagere middenklasse door onder andere de forse stijging van de woonlasten (zowel voor huurders als nieuwe kopers).

Interessant in dit kader is ook de analyse van een aantal UvA economen van laagbetaalde arbeid in Nederland die deze week gepubliceerd werd.
“Binnen één generatie is het aantal laagbetaalde werknemers in ons land meer dan verdubbeld, van naar schatting bijna 0,6 miljoen in 1979 tot 1,25 miljoen nu. Deze werknemers verdienen minder dan tweederde van het mediane (middelste) uurloon, de internationale maatstaf voor laagbetaalde arbeid. De verdubbeling is opmerkelijk, omdat het opleidingsniveau van de bevolking in dezelfde periode verder is gestegen. Het totaal aantal laagbetaalde uren is sterk toegenomen, terwijl de beschikbaarheid van beter betaalde uren onder druk staat.”

De onderzoekers zien twee hoofdoorzaken voor de sterke toename van het aantal laagbetaalden. Allereerst is er sprake van toegenomen concurrentie op de arbeidsmarkt door parttime werkende studenten, scholieren en ‘tweede verdieners’. Daarnaast is het minimumloon sinds het eind van de jaren zeventig sterk verlaagd. De koopkracht van werknemers met een minimumloon daalde met bijna twintig procent en bleef met vijfenveertig procent achter in vergelijking met werknemers uit de hoogste inkomenscategorie.

Ik ben het met Koen Hagens eens dat de politieke verschuivingen van de afgelopen jaren in Nederland nauw samenhangen met die onzekere positie van de middenklasse: “Dat de electorale veranderingen intussen drastischer zijn dan de sociologische, is overigens eenvoudig verklaarbaar. In de politiek maakt het niet uit of mensen werkelijk deel uitmaken van de middenklasse. Het gaat erom of zij het gevoel hebben daartoe te kunnen behoren. Die hoop op verbetering heeft de laatste jaren een flinke knauw gekregen. Dat is niet op de laatste plaats te wijten aan de flexibilisering van de economie en de misstanden in het onderwijs. In plaats daarvan kwamen onzekerheid en precariteit. Met alle electorale gevolgen van dien.”

Wöltgens roept in zijn betoog de PvdA op om op een aantal essentiele thema’s terug te keren naar de klassieke sociaal democratische standpunten en het vraagstuk van de verdeling van de welvaart vooraan op de agenda te zetten. Ook Arie van der Zwan komt in zijn boek “Van Drees tot Bos: Zestig jaar succes en mislukking” tot die conclusie.

De vraag is of dat een begaanbare weg is. Is een klassiek sociaal democratische politiek überhaupt mogelijk anno 2008? Haegens denkt van wel. “Is daarmee de sociaal-democratie politiek failliet? In het geheel niet. Daarvoor hebben de kiezers die de PvdA inwisselen voor de SP te goede – misschien wel geïdealiseerde – herinneringen aan hoe het vroeger was. Zij willen geen radicale experimenten. Zij willen enkel de verzorgingsstaat, Drees en Den Uyl terug.”

Maar waar Drees en Den Uyl konden meeliften op de lange naoorlogse economische opgang en de ruimte die dat gaf voor de opbouw van verzorgingsstaten, geeft de mondiale economische ontwikkeling nu veel en veel minder ruimte om de welvaart te herverdelen tussen arbeid en kapitaal. Het is niet voor niets dat nagenoeg alle traditionele sociaal democratische partijen in Europa de ‘ideologische’ veren afgeschud hebben of aan het afschudden zijn. En dat al die partijen in grote lijnen de zogenaamde Derde Weg van Tony Blair volgen, een tot mislukking gedoemde lijmpoging tussen de neoliberale economie en een sociale politiek gebaseerd op de middenklasse. Voor wie wil regeren zonder de fundamenten van het neoliberale stelsel aan te tasten is de weg van den Uijl en Drees geblokkeerd en wat overblijft is het sociaal liberalisme van Wouter Bos.

In die paradox schuilt het echte probleem. Haegens heeft gelijk dat de teleurgestelde PvdA kiezers niet zitten te wachten op radicale experimenten. Maar de sleutel voor duurzame oplossingen voor de ontheemde middenklasse en structurele verbeteringen voor de ‘onderklasse’ zal niet gevonden kunnen worden bij een herstel van de oude sociaal democratische politiek. Die zal eerder gezocht moeten worden bij ‘nieuw links’ in Europa. Partijen als de Linkspartei in Duitsland en de SP in Nederland, die de afgelopen jaren groeiden als kool. Probleem daarbij is dat de tijd dringt, de ‘klus’ groot is en ‘nieuw links’ ondanks de groei nog in de kinderschoenen staat. Het gaat er niet alleen om “klassieke socialistische idealen aan te vullen met nieuwe antwoorden op de globalisering en de flexibilisering van de economie”. De wereldwijde ecologische crisis leidt nu al tot grote sociale rampen. Ook daar zal een antwoord op moeten komen. En hoe langer de middengroepen gefrustreerd worden zonder uitzicht op verbetering, des te groter ook de aantrekkingskracht kan zijn van uiterst rechtse ‘antwoorden’ op de frustratie.

SP & Socialisme, Van alles en nog wat | 2 reacties

  1. Reactie van Lydia op 22 april 2008 om 15:40 uur

    Al ergens in 1998 of zo, had de EO een serie documentaires, waarin een aantal rijke Bobo’s duidelijk vertelde dat over een jaar of tien de gehele middenklasse zou verdwijnen. We zouden de topinkomend overhouden en een enorme hoop lage inkomens. Zoals die meneer het stelde:”Over tien jaar, misschien iets langer, maar niet veel langer, hebben we 1/8 van de wereldbevolking die ‘heerst’ over de overige 7/8. Er zullen geen middenklassers meer zijn. Alleen nog superrijken en lagere inkomens en armen.”
    Als ik merk dat wat toen is gezegd nu aan het uitkomen is, dan lopen me de griezels over mijn lijf. Oorzaak hiervan? Men is de afgelopen tijd gaan leren dat je Geld als DOEL moet zien. Niet als MIDDEL.
    “Houd de armen arm en vooral ook dom, dan heb je er het minste hinder van”…. werd in de jaren 30 al gezegd. Ze proberen dat weer. En het gaat ze nog lukken ook. :(

  2. Reactie van Hades op 28 juli 2008 om 23:27 uur

    Ik ben het potjandorie met je eens!